Dagelijkse overweging 24 – 12 – 2008
Evangelie: Lucas 1,67-79 [I 50]

Inleiding
Vandaag vieren we de vigilie van Kerstmis en morgen Ãs het Kerstmis. Dan vieren we de geboorte van de Heer, die niet alleen tweeduizend jaar geleden plaatsvond, maar ook nu nog. We worden niet teruggeplaatst in de tijd, maar wij beleven door de heilige Geest dat de begrenzingen van tijd en ruimte worden weggenomen, waardoor wij binnen in het geheim van onze Heer Jezus Christus komen te staan. Ruimte en tijd zijn verdwenen, wij zijn weer in het Heilig Land, we zijn in de tijd van toen. Het enige verschil is dat wij er nu bij zijn. Dat wat toen daar gebeurde, mag ook nu aan ons gaan gebeuren.
Belijden wij dan eerst onze schuld, onze behoefte, onze nood aan redding, om deze heilige Geheimen goed te kunnen vieren. God zal zijn volk redden uit hun zonden!
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die dagen werd Zacharias, de vader van Johannes,
vervuld met de heilige Geest en sprak in profetische woorden:
“Geprezen zij de Heer, Israëls God:
want genadig zag Hij neer en verloste zijn volk.
Hij heeft ons een reddende kracht verwekt
in het huis van David, zijn dienaar,
zoals Hij van oudsher voorzegd heeft
bij monde van zijn heilige profeten;
tot redding uit de macht onzer vijanden
en uit de hand van al die ons haten.
Zo was Hij aan onze vaderen barmhartig
en indachtig zijn heilig verbond:
de eed die Hij onze vader Abraham zwoer:
ons te geven, Hem zonder vrees te dienen
bevrijd uit de macht van de vijand,
rechtvaardig en heilig voor zijn aanschijn, al onze dagen.
En gij, kind,
profeet van de Allerhoogste zult ge worden genoemd,
want voorafgaan zult gij aan de Heer
en gij zult zijn wegen bereiden
en zijn volk de redding doen kennen:
de vergiffenis van hun zonden
dank zij de milde erbarming van onze God,
waarmee Hij op ons neerzag
gelijk de opgaande zon aan de hemel,
en waarmee Hij verscheen aan hen die in het duister
en de schaduw des doods zijn gezeten,
om onze voeten te richten op de weg van de vrede.â€
Homilie
In de eerste lezing zien we koning David op het toppunt van zijn macht. Al zijn vijanden zijn verslagen, het land eindelijk in rust en vrede. Nu rest alleen nog de kroon op het werk: een tempel voor de Heer. Hij zei tot de profeet Natan: Moet u eens zien, "zelf woon ik in een paleis van cederhout en de ark van God staat onder tentdoek"! Ik ga een tempel bouwen voor de Heer.
Wat koning David wil en zegt, lijkt wel op wat mensen in onze samenleving willen en zeggen. Wij hebben onze gestelde doelen bereikt, wij hebben de verworvenheden torenhoog opgestapeld en nu willen we ook nog een mooi kerstfeest. Iets geestelijks, iets van de vrede van het hart. Na al dat rennen en draven, inspanning en inzet, willen we terug naar binnen, een pauze inlassen in het rusteloze zoeken en streven naar meer en meer. Nu nog onze ziel redden.
Maar het échte kerstfeest kun je niet zelf maken. Zoals ook de profeet Natan van Godswege aan koning David moest zeggen: Die tempel kun je niet zelf bouwen, dat doe Ik. Trouwens, wij kunnen niets uit onszelf. Ook al de voorbereidingen die je in de goede geest hebt gedaan, was ook niet het werk van jezelf. Ook dat enorme werk, die gigantische onderneming van David als koning: het tot vrede brengen van zijn land, heeft hij niet aan zichzelf of aan zijn mensen te danken, ondanks dat hij er zich met heel zijn persoon voor ingezet heeft. Dat het hem gelukt is, komt omdat hem dat alles werd gegeven.
Mensen die niet geloven zeggen: ‘Hij heeft gewoon geluk gehad, het lot was hem gunstig, hij is geboren onder een gelukkig gesternte.’ Nee, zegt God hem door de profeet: "Ik heb u uit de steppe gehaald, achter de schapen vandaan, om vorst te zijn over mijn volk. Op al uw tochten heb Ik u bijgestaan, al uw vijanden vernietigd, uw naam heb Ik groot gemaakt als die van de groten der aarde. Ik heb mijn volk Israël een gebied gegeven en het daar geplant om er te wonen. … Ik heb gezorgd dat al uw vijanden u met rust laten."
Blijkbaar moest hem dat allemaal in herinnering worden gebracht. Was het koning David misschien niet allemaal een beetje naar het hoofd gestegen, omringd als hij werd door vleiers, die toch ook een beetje wilden zonnen in het licht van zijn glorie en altijd maar applaudisseerden bij de successen die hij behaalde. Onder zijn gloeiende, vrome ijver van: ik ga een tempel bouwen voor de Heer, stak ook een zekere zelfgenoegzaamheid. Hij had zich het werk van de genade toegeëigend: ik, Ãk heb dat gedaan, het is van mij. En daarom zegt God: "De Heer kondigt u aan dat Hij voor ú een huis zal huis oprichten,†niet een tempel, maar waar het de koning om te doen was: een nazaat en wel voor altijd. Ik zal uw koninklijk huis een altijddurende bestendigheid geven. “Zo zal uw huis en uw koninklijke macht altijd stand houden; uw troon staat vast voor eeuwig.†Dat is dan ook precies wat de engel Gabriël aan Maria voorspelde: “Hij zal koning zijn over het huis van Jakob voor eeuwig" (Lc 1,33).
Dat Kind dat ons met Kerstmis geschonken wordt, is iets blijvends in ons hart. Kerstsfeer, kerstelementen komen en gaan, die worden weer opgeruimd, maar de geboorte van de Heer is toch waar het ons om te doen is. In Hem worden we zelf een nieuw kind van God, doordat Jezus opnieuw wordt geboren in ons hart, in ieder van ons persoonlijk. Dat kunnen wij niet zelf doen, we kunnen onszelf niet redden. Redden is een gebeuren waarin je helemaal afhankelijk bent van je Redder. Het enige dat je kunt doen, is: verlangen, wachten, uitzien, je er voor openstellen, en tot slot je hand uitsteken naar de Hand die naar jóu wordt uitgestoken.
"Hij heeft voor u een reddende kracht verwekt in het huis van David, zijn dienaar, tot redding uit de macht van onze vijanden en uit de hand van al die ons haten." En daarbij moeten wij denken aan onze innerlijke vijanden, onze zelfzucht, de macht van koning ‘ik’, die geweldige kracht die ons steeds weer van God aftrekt. Hij zal zijn volk zijn barmhartigheid doen kennen. U zult het aan den lijve meemaken betekent dat het écht in u zal gebeuren, maar niet door wat wij doen, maar door wat Hij doet met onze medewerking. (Pater J.Bots S.J.)




(Pater J.Bots S.J.)
