“Zijt Gij dan groter dan onze vader Abraham?”
Heilige Cyrillus van Jeruzalem (313-350), bisschop van Jeruzalem en Kerkleraar
Doopcatechese nr 5
"Zijt Gij dan groter dan onze vader Abraham?"
Er is veel te zeggen over het geloof. We hoeven maar een blik te werpen op een van de voorbeelden die het Oude Testament ons over Abraham geeft, omdat wij zijn kinderen zijn in het geloof. Hij is niet alleen door zijn werken gerechtvaardigd, maar ook door het geloof. Er waren vele goede werken, maar hij werd pas vriend van God genoemd nadat hij bewijs van zijn geloof had geleverd; al zijn werken hebben perfectie vanuit zijn geloof gekregen. Door het geloof heeft hij zijn ouders verlaten; door zijn geloof heeft hij ook zijn vaderland, het land en het huis achtergelaten. Op de wijze waarop hij gerechtvaardigd werd, moet jij ook rechtvaardig worden! Vervolgens was zijn lichaam niet meer in staat om vader te worden, want hij was al erg oud. Sara met wie hij verenigd was, was ook oud; ze hadden dus geen enkele hoop op nakomelingen. Welnu, God gaf kondigde aan die bejaarde aan dat hij vader zou worden, en het geloof van Abraham heeft niet gewankeld. Gezien zijn lichaam was hij dicht bij de dood, hij gaat dus niet uit van zijn fysieke onmacht, maar van de kracht van Hem die het beloofd had, want hij vond Hem die hem die belofte had gedaan, geloofwaardig. Zo is uit twee lichamen die reeds in zekere zin door de dood getekend waren, wonderbaarlijkerwijze een kind geboren…
Het is het voorbeeld van het geloof van Abraham, dat ons allen kinderen van Abraham maakt. Hoe dan? De mensen beschouwden een opstanding uit de doden ongeloofwaardig, zoals het ongeloofwaardig is dat bejaarden die reeds door de dood getekend zijn, nog nakomelingen verwekken. Maar als men ons het goede nieuws van Christus aankondigt, gekruisigd op het hout, dood en verrezen, geloven we het. Het is dus door overeenkomst in het geloof dat we kinderen van Abraham zijn. En met dat geloof ontvangen we met hem het geestelijke kenmerk, het besneden zijn door de doop door de Heilige Geest.
